PERSMEDEDELING
|
In
De Standaard van 11 september kijkt minister Stevaert vooruit naar de
begroting 2003. Naar verluidt
wordt dit een moeilijkere oefening dan de voorbije jaren, zodat enige
positionering vooraf nooit weg is. Minister
Stevaert richt zijn pijlen daarvoor o.a. naar de wachtlijsten in de
gehandicaptenzorg en dit op een weinig fraaie manier.
Met
zijn argumentatie maakt hij er zich wel bijzonder makkelijk en simplistisch
van af. Dat een eenvoudige
boodschap noodzakelijk zou zijn naar de publieke opinie kan best zijn.
Maar om hiermee de vele medewerkers, gebruikers en hun omgeving,
vrijwilligers, bestuurders en directies van de dienstverleners aan personen
met een handicap op de ziel te trappen, gaat toch wat ver.
Vooral
het in vraag stellen van de wachtlijsten is een kaakslag voor de personen die
wachtende zijn op een opvangplaats en hun omgeving.
Hoe je het ook draait of keert, je kan de 4.242 vragers - waarvan 2.008
mensen met de hoogste urgentiecode - niet wegwimpelen door te wijzen op een
vermeend gebrek aan beleidsvisie of een oneigenlijk aanzuigeffect.
De wachtlijsten werden reeds jaren geleden opgezet als een instrument
om de meest urgente vragen te detecteren en om met alle betrokken (locale)
dienstverleners in overleg te treden over de meest geschikte plaats voor de
hulpvrager. Hierbij spelen immers
heel wat meer aspecten mee dan alleen de open plaats.
Bovendien worden deze wachtlijsten gecoacht door de bevoegde
provinciale overheden en dit in nauwe samenspraak met de subsidiërende
overheid (zie o.a. http://www.vlafo.be/nederlands/vlaams-fonds/feiten-cijfers.html).
Minister
Mieke Vogels zei het reeds eerder : “elke geregistreerde zorgvraag is een
terechte zorgvraag !” Daarbij
mag niet vergeten worden dat er steeds een zeer grondige screening gebeurt van
elke vraag tot tussenkomst. Alleen
kinderen, jongeren en volwassenen die het echt nodig hebben, worden toegelaten
tot de gesubsidieerde dienstverlening. Dat
het bovendien om zeer gevarieerde opvangplaatsen gaat is een bijkomende
garantie dat geen zwaardere dienstverlening geboden wordt dan voor de
betrokken persoon noodzakelijk.
Het
alternatief dat de minister voorstelt is nog het minst aanvaardbaar : “moet
de samenleving dat allemaal betalen ?”
Ja dus. Onze samenleving
kan het zich toch niet permitteren om door een gebrek aan opvangplaatsen
ongelijkheid te creëren tussen zij die opvang hebben en zij die het alleen
moeten redden. Of erger nog : zij die hun opvang of de zorg voor hun
gehandicapte kind zelf kunnen bekostigen en zij die aangewezen zijn op – het
wachten op - een open plaats.
Tenslotte
moet de problematiek ook in een breder kader van de professionele opvang
geplaatst worden. Vlaanderen telt
zowat 350 inrichtende machten die één of meerdere begeleidingssettings
organiseren. Zij werken met
minimale financiële ruimte (onderzoek toont aan dat de financiële en
organisatorische beleidsruimte van de instellingen steeds kleiner wordt), maar
met een maximale inzet van alle betrokkenen (personeel, vrijwilligers, beleid,
gebruikers en hun naasten). Met
zijn uitlatingen demotiveert minister Stevaert hun inzet en plaatst hij hen
eerder in de verdomhoek.
Voor
alles dienen de beleidsmakers nu dus kleur te bekennen : hoeveel personen met
bijzondere ondersteuningsnoden mogen genieten van de welvaart waarin onze
maatschappij zich bevindt ?
Jos
Sterckx
Caroline Schelstraete
Coördinator
Voorzitter
Het
Pluralistisch Platform Gehandicaptenzorg is de pluralistische
koepelorganisatie voor de inrichtende machten van 150 voorzieningen voor
personen met een handicap.
Meer
info :