Dirk Van Mechelen : Vl. Min. BegrotingIn knack op 27/02/2002 |
Als u een van uw andere petjes wilt opzetten - dat van minister van Begroting -, willen we nog even terug naar de actualiteit van vorige week: hoe moeilijk wordt de budgetcontrole van de Vlaamse regering?
VanMechelen: De begroting was al opgemaakt en goedgekeurd in september vorig jaar. Maar hoewel we toen al waren uitgegaan van heel voorzichtige prognoses, moeten we vaststellen dat het tij ongelooflijk snel is gekeerd. We rekenden toen met een groei van 1,8 procent, terwijl men nu al spreekt van 0,6 procent. Dat maakt een hemelsbreed verschil.
Hoe groot is het gat dat u moet dichten?
VanMechelen: Als je alles bij elkaar optelt (hij maakt ter plekke een aantal ingewikkelde berekeningen), kom je algauw aan twaalf miljard frank of driehonderd miljoen euro. Gelukkig hebben we het zien aankomen en vorig jaar al een spaarpotje opzijgezet: het Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eenmalige Investeringen.
En dat spaarpotje gaat u nu aanspreken?
VanMechelen: Voor een stuk, want we moeten erover waken dat we de begroting van 2003 niet in gevaar brengen. We hebben op het kernkabinet afgesproken zes miljard frank te herfinancieren via het Fonds en voor zes miljard structurele besparingen door te voeren. Iedere minister zal de luizenkam door zijn begroting moeten halen.
Maar Mieke Vogels heeft al gezegd dat er op haar departement niets te halen of te heroriënteren valt.
VanMechelen: Natuurlijk moeten we het geld niet zoeken waar het niet te vinden valt, maar ik heb er alle vertrouwen in dat ook mevrouw Vogels haar huiswerk zal maken. Toen Guy Verhofstadt in de jaren tachtig, ten tijde van de Sint-Anna-akkoorden, federaal minister van Begroting was, was hij tegelijkertijd minister van Justitie, Binnenlandse Zaken, Landbouw, Defensie en nog zo het een en ander. Hij zei per uitgavenpost wat wel en niet kon. Dat is niet mijn manier van werken. In een moderne democratie werkt men met pakketten, enveloppen en financieringsmechanismen, en is iedere minister verantwoordelijk voor zijn beleid.
Uw federale collega Johan Vande Lanotte hanteert anders nog altijd de stijl-Verhofstadt van destijds.
VanMechelen: Jawel, maar hij staat ook voor een veel moeilijker opdracht. Ik hoef slechts over een heuveltje te fietsen, en daar geraak ik in snelheid wel over, omdat ik nog genoeg wind in de rug heb. Terwijl ik de indruk heb dat Johan de Mont Ventoux voor de wielen krijgt.
Het feest is over. Volgens een rapport van de Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen (SERV) is het hele budget van de Vlaamse regering voor deze regeerperiode al vastgelegd.
VanMechelen: Dat is toch logisch?
Het betekent ook dat er geen enkele marge meer is voor nieuwe of aanvullende initiatieven. Zou dat niet de verklaring kunnen zijn voor de nervositeit van Mieke Vogels?
VanMechelen: Ach, dat hoort bij de klassieke paringsrituelen voor het opmaken van een begroting. Mevrouw Vogels heeft met haar akkoord met de welzijnssector opnieuw rust in de tent gekregen: dat was een heel belangrijke beleidsprioriteit die uitgevoerd is, maar die natuurlijk wel geld heeft gekost. En nu komen er belangrijke nieuwe uitdagingen op haar af, zoals de opvang van jeugddelinquenten. Dan praat je al snel over een extra krediet van tweehonderd miljoen frank. We hebben gezegd dat we daar principieel akkoord mee gaan, maar een definitieve beslissing nemen we pas als de budgetcontrole achter de rug is.